Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en tal van bloeuihoofdjes. Wortelbladen gewoonlijk in een roset. Bloemen meestal geel 1

1 Stengel meest geelachtig-wit, niet hol. Bladen stijf. Bloemkroon bleekgeel. Vruchten even lang als of korter dan hun snavel

(fig. 1468) 2

Stengel groen, hol. Bladen teer. Bloemkroon licht-dooier- W geel. Bladen liervormig-vindeelig, met ronde, hoekig- T getande slippen en groote eindlob, in een gevleugelden, \ pijlvormig omvattenden steel versmald. Pluim met af- fc staande takken, los. Bloemen 5 (fig. 1469). Vrucht zwartbruin, 2- t\ 3-maal zoo lang als de snavel. 0,60- 14',,s' 0,90. !).• Jun'—Augs. Op muren en belommerde plaatsen, op hooge zandgronden. Vrij algemeen. (Phoenixopus muralis Koch.j

Muursla. L. muralis Lessing.

Fig. 1407. Chondrilla juncea.

a omwindsel: 6 bloemlioot'dje: '■ bloem: d vruchthoofdje: e, /' vruchten.

Fig. Mti'.i. Lactuca muralis.

Van de op gelijke standplaatsen staande Lampsana communis te onderscheiden door de steeds godeolde bladen, de uil gespreide bloemstelen, de nieor dooiergele bloemen en de haarkroon.

2 Bladen langwerpig tot omgekeerd-eirond, meest vinspletig(fig. 1471). 3 Bladen lijnvormig, gaafrandig, vertikaal staand, diep-pijlvormig stengelomvattend

48*

Sluiten