Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringen op schrift brengen. Ze waren van de politiek meestal zoo beu geworden, dat ze geen hooger wijsheid meer kenden dan het troostelooze : „of je van den hond of van de kat gebeten wordt, 't is al hetzelfde."

Geen wonder, dat de weinige gedenkschriften, die er nog zijn machtig te worden in Nederland, met graagte worden gelezen en, zoo mogelijk, gedrukt. Zoo was het voor eenige jaren een groote vreugde voor 't Historisch Genootschap te Utrecht, dat het de mémoires van Gijsbert Jan van Hardenbroek kon uitgeven. Een waar buitenkansje, daar Hardenbroek in Den Haag achter de schermen had kunnen kijken en zijne aanteekeningen geheel gemaakt had voor zich alleen, met uitdrukkelijk verlangen, dat ze nooit zouden worden publiek gemaakt!

Het Rotterdamsch archief nu bezit ook nog een dergelijken schat, een zeldzaam boek met mémoires, dat wel niet afkomstig is van een zoo hooggeplaatst persoon als den baron van Hardenbroek, maar dat toch merkwaardig genoeg is, om gedrukt te worden. Indien dit ooit mocht gebeuren, zou het stuk zeker veel meer lezers trekken dan Hardenbroek's lijvige notities, want het is veel aardiger geschreven, loopt over veel langer en afwisselender tijdperk en heeft toch veel kleiner omvang.

De schrijver is — onbekend. De man is zóó bescheiden geweest, dat hij zijn naam nergens vermeldt, zelfs niet aanduidt. Midden op een bladzijde eindigt zijn werk. 't Is, of de pen hem uit de hand gevallen is, of de

Sluiten