Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken. Hebben niet de Provisionneele Representanten ') van Holland besloten, het begraven in de kerken te verbieden ? Klein en groot, rijk en arm moest onder elkander op de kerkhoven begraven worden !" Gelukkig heeft de natuur hier tegengehouden, wat de mensch in zijn dollen waan had uitgebroed. „De grond was immers hier zoo waterachtig en moerassig, dat er geen geschikte plaats voor 't aanleggen van kerkhoven was te vinden." Wat zegt de lezer daarvan ? Is dat niet prachtig voorwereldlijk-conservatief ?

Zelfs na den dood nog gelijkheid !

En dat in een Christenland!

Vermakelijk ook die bewering over den moerassigen bodem !

Was dan de grond onder de kerken en om de kerken misschien niet waterachtig ? En de grond van de volgepropte begraafplaatsen aan de Coolvest en in het Achterklooster, die de halve stad verpestten, was die niet moerassig ?

Had onze schrijver zich gelijk willen blijven, dan zou hij hebben moeten besluiten : „de natuur van den bodem was hier zoo vochtig, dat — de menschen zich geneerden om te sterven." — Zóóver durft hij echter niet te gaan, maar men kan toch tusschen de regels door lezen, dat indien men werkelijk tot de bedoelde verandering van begraven was overgegaan, hijzelf in staat zou geweest zijn, vriend Hein voorgoed den toe-

') Het voorloopig bestuur in 1795.

Sluiten