Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdient, om nogmaals beschreven te worden, dan zeggen we ronduit „ja", want het is toch een van de ernstigste en bloedigste scènes geweest, die de straten van Rotterdam ooit verontrust hebben en tevens een van de heftigste tooneelen uit den ganschen Patriottentijd. Ook mag het geval nog steeds dienen als een waarschuwend bewijs, hoezeer een volksmenigte, in gewone tijden onverschillig en geheel beheerscht door de zware zorg voor het dagelijksch brood, wild en gevaarlijk kan worden, zoodra men tergend raakt aan de oude geheiligde idealen. Dat de belangstelling voor Kaat Mossel en hare omgeving nog altijd groot is, heeft men duidelijk genoeg gezien bij de vele opvoeringen van het betrokken tooneelstuk, en dat zij die verdient, willen we hier nog eens weer aantoonen voor hen, die er nog aan mochten twijfelen. — Het Huis van Oranje heeft te Rotterdam verschillende voorvechters gehad in de dagen, toen daaraan nog behoefte bestond: in 1672 b.v. Johan Kievit, in 1747 Laurens van der Meer en in 1784 Kaat Mossel. Johan Kievit was een groot heer, schoonzoon van Maarten Harpertsz. Tromp, maar ook een groote schavuit en gauwdief, Laurens van der Meer was een gezeten burgerman, koekebakker op de Hoogstraat, doch tevens een verwaand en hebzuchtig intrigant. Kaat Mossel was maar een arme, ondeftige vrouw, niet bepaald een vischwijf, maar toch ook niet veel meer, noch in stand, noch in hoffelijkheid van vormen. Al bekleedde ze een stadsambt, dat van „keurvrouw der mosselen", dit gaf

Sluiten