Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag in den Haag vóór de Gevangenpoort stond te praten met den schout-bij-nacht van Gennep. Toen kwam ze boven voor de tralies en riep: „goeden dag, Mijnheer van Gennep", en onze vriend, die toch anders de Rotterdamsche gebeurtenissen goed gevolgd had, moest vragen: „Wie is dat?" —

Niettemin spreekt het vanzelf, dat Kaat in haar eigen buurt en onder haar eigen volk wel vroeger bekendheid en aanzien genoten heeft, even goed als hare vriendin Keet Swenk en de „Oranjemeid" Clasina Verrijn. — Zij waren steeds voorop, als er feest te vieren was ter eere van Oranje, zij speelden steeds een groote rol, als de Zwanensteeg versierd moest worden, de doffe, droevige Zwanensteeg, die anders zoo weinig meer herinnerde aan den poëtischen tijd, dat ze als tuinpad der Dominikanerpaters had geleid naar den idyllischen Zwanenvijver.

Op 8 Maart 1784 nu was er weer zoo'n feeststemming in het Achterklooster, want de stadsregeering, hoewel nog steeds verre van Prinsgezind, had geen gehoor gegeven aan den wensch der felle Patriotten, om alle Prinsjes-veijaardagviering te verbieden. Zij had enkel hare voorzorgen genomen, o. a. tegen het gevaarlijke bedelen om geld. En, ofschoon de Engelsche oorlog en dus de kwade tijd nog niet voorbij was, hadden de arme Achterkloosterlingen toch heel wat „goede cier" gemaakt, zoowel aan hunne huizen als aan hun lichaam (wellicht, zooals men zeide, met het geld van voorname, rijke Prinsgezinden, als van burgemeester van der Heim). —

Sluiten