Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„schiet maar, jou Donders, je durft niet schieten, strontjongens" ; hij had zien gooien met steenen en vuiligheid, in één woord, „verregaande brutaliteiten en lasteringen" bijgewoond. Toen was er geschoten en hij, Matthijssen, had een kogel gekregen door broek en rok, die een geringe wonde in zijn heup had geboord.

Anderen evenwel hadden er meer van gehad. Al wordt er noch door Colenbrander, noch door van Rijn van gesproken, zoo is het toch door de officieele stukken en door de berichten in de Rotterdamsche Courant buiten allen twijfel gesteld, dat er nog zes of zeven gewond zijn, van wie er reeds den 7 den April een is gestorven.

Onze onbekende mémoires-schrijver verklaart, dat er in 't geheel zeven gekwetst zijn, van wie er vier zijn overleden, en er is geen reden, om zijn, uitspraak te wantrouwen, al is hij geen vriend van de Patriotten geweest. Eer is het mogelijk, dat in de stukken en vooral in de courant de dooden vermoffeld zijn, want het geheele onderzoek is partijdig geleid en de stadsregeering wenschte van harte, alles te vermijden, dat opspraak kon geven. (We weten o. a., dat ze den 7den April dadelijk de familie van het toen gestorven slachtoffer liet aanmanen, toch vooral geen ophef te maken van de begrafenis!)

De man van 't gedenkschrift is den morgen na het tumult al vroeg naar de Prinsenstraat gestapt. ,'tWas er een wonderbare stilte", zegt hij, „veel meer dan op andere Zondagmorgens, en ik schrijf dat toe aan verslagenheid over het's nachts gebeurde." Verder gaande

Sluiten