Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd, al wordt er wel gesproken van vrouwspersonen, die veel leven gemaakt hebben; ze waren ook niet onder degenen, die reeds vóór de komst der commissarissen door de Rotterdamsche justitie zelf op 't stadhuis gedagvaard waren. „Maar men moest er toch wat vasthouden van de velen, die nu op 't stadhuis werden geroepen en het lot viel dan op deze twee." Ze hebben er genoeg van te lijden gehad, toen zij onder 't stadhuis gevangen zaten, maar de commissarissen hebben aan haar weinig eer beleefd. „Ze hebben zelf moeten verklaren," zegt onze schrijver, „dat het natuurlijk vernuft van deze vrouwlieden (N.B. twee mossel wij ven), door tijd en raad gescherpt, gepaard met een voorbeeldelooze hardnekkigheid, hunne verwagting had teleurgesteld."

Toch werden de twee vrouwen niet losgelaten ; integendeel, de commissie verlangde, dat ze voor de stedelijke rechtbank zouden gebracht worden, en Gevers, de baljuw, was daar volkomen toe bereid, maar de schepenen toonden zeer weinig lust, om de zaak met ernst aan te vatten. Daarom trachtten nu de commissarissen, die enkel gezonden waren voor onderzoek, machtiging te krijgen, om zelf als rechtbank op te treden in de plaats van de schepenen, doch daar waren de Hollandsche Staten niet toe te krijgen ; zelfs weigerden ze een middenweg, namelijk, dat de commissarissen als bijzitters zouden optreden, met het recht, om elk vonnis van schepenen op te houden en er de Staten over te raadplegen.

Sluiten