Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaft, maar één was er onder deze geweest, die zeker wel de kroon gespannen had. We bedoelen den „Keezenfeestdag" bij uitnemendheid, het Alliantiefeest op 24 April 1786, —dat nu tevens voor de commissarissen een afscheidsfeest was geworden, een soort apotheose aan 't eind van hun Rotterdamsch verblijf.

De alliantie, die hier bedoeld wordt, was het bekende verbond met Frankrijk, dat de Patriotten hadden doen sluiten in 1785, toen de Fransche regeeringden dreigenden oorlog met keizer Jozef II had afgewend. Dit verbond had groote, ja overmatige vreugde verwekt bij de ware „vaderlanders," als Gevers, Elzevier, Bogaert, Reepmaker, Verstolk, Hubert en anderen. Dadelijk hadden ze moeite gedaan, om den vertegenwoordiger van Frankrijk eens binnen Rotterdam te zien en dat was dan eindelijk gelukt in April 1786. Toen was de markies de Vérac ') ingehaald als een vorst, en men had hem gevierd eerst met een feestelijke voorstelling in den nieuwen schouwburg op den Coolsingel, daarna met een grooten avondmaaltijd in een schitterende feestzaal op de Plaats van den Doelen, 't Was wonderbaarlijk geweest! Een houten feestgebouw, opgeslagen tusschen de boomen in, zóó kunstig, dat de stammen, met hout omkleed, in welgevormde pilaren schenen herschapen, zóó sierlijk, dat een bloemenschilder en een miniatuurschilder en een wapenschilder en een scheepsschilder, ja zelfs een grafschilder eraan te

') De Fransche gezant in Den Haag.

Sluiten