Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men had weldra bemerkt, dat enkel de zwaartekracht hier schuld had gehad. Zelfs de volgende dagen, toen Vérac weer vertrokken was en men de zaal, „omdat ze toch zoo mooi was," had opengesteld voor andere burgers en burgeressen van de stad, was er niets kwaads gebeurd.

Onze mémoires-schrijver heeft zich met dit schitterende feest hoegenaamd niet bemoeid, 't geen op 't eerste gezicht vreemd schijnt, waar hij toch anders geen gelegenheid verzuimt, om de dure staatscommissie over den hekel te halen. Maar bij nader overweging komt het ons zeer duidelijk en begrijpelijk voor. Alle kosten van 't feest toch zijn betaald door de „bollen" der Patriotten uit hun eigen zak: de schatkist van stad en land bleef er buiten en dus ook de beurs van onzen schrijver! Wat ging 't hem dan aan?

Onder de aanzittenden aan den grooten maaltijd van 24 April 1786 was er ook een, die later nog een voorname rol gespeeld heeft in de geschiedenis des vaderlands, veel grooter dan de rederijke Gevers, veel grooter ook dan de hooge heeren der staatscommissie. Het was Pieter Paulus, toen reeds de vertrouwde vertegenwoordiger der drie pensionarissen, die in Den Haag de groote rol speelden (het zoogenaamde „Haagsche driemanschap").

Over Pieter Paulus zwijgt onze schrijver niet: hij heeft wel bemerkt, dat dit een man van beteekenis is geweest en hij wijdt daarom aan Pieter Paulus zelfs een gansch hoofdstuk, al is het dan, dat hij niet veel goeds in dezen democraat wil zien.

Sluiten