Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het volk toestroomen in de hoogste nieuwsgierigheid en met zeer gemengde gevoelens. Weldra voegde zich ook de gansche krijgsraad bij den stoet met een legermacht van schutters, die van den Doelen was opgerukt.

Een prachtige vertooning, — een manifestatie, zooals Rotterdam misschien nog nooit gezien had.

Voor 't stadhuis werd halt gehouden en toegang verzocht, neen geëischt uit naam van de burgerij en van „het tweede Representatief", de schutterij. De Heeren van de Vroedschap, die reeds vroeg bijeengekomen waren, in afwachting van het naderende onheil, bedachten zich niet zoolang als indertijd de regeering van den Briel: al spoedig werd een groote deputatie van societeitsleden en schutter-officieren binnengelaten. De advocaat Kreet, secretaris-rentmeester der schutterij, die zeker voor dqji meest welbespraakte en den dapperste werd gehouden, nam daar het woord, en hield, zegt onze schrijver, „eene arrogante redevoering". Hij somde al de grieven der democraten en al de zonden der regeerders op en richtte zich eindelijk in 't bijzonder tot een zevental1) raadsleden: van der Heim,J. A. van der Hoeven, baron Col lot d'Escury, van Teylingen, J. F. van Hogendorp, R. F. van Staveren en A. W. Senn van Bazel.

„Ik zeg u uit den naam der Rotterdamsche burgerij,

') De twee anderen hadden dus, bij nader overweging, nog genade gevonden.

Uit den Patriottentijd. 7

Sluiten