Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de makers werden toegejuicht, vooral die van het Fransche gedicht, de ijverige burger Chandon.

Van al deze geestdrift en kinderlijke vreugde spreekt onze schrijver niet. Voor hem zijn er „bij de plaatsing van den vrijheidsboom enkel buitensporigheden, schandelijkheden en ontugtigheden gebeurd", 't geen wel niet geheel buiten de waarheid zal zijn, in aanmerking genomen, dat het spoedig donker werd en dat de Fransche militairen geen heilige boontjes waren, terwijl natuurlijk allerlei vrouwvolk op de been was gekomen, dat gaarne de politiek der vrijheid en gelijkheid volgde. Den ganschen avond bleef het zeer levendig in de stad, waarvan onze schrijver een onaangename ondervinding heeft opgedaan; „ik wilde 'savonds uitgaan", zegt hij, „en zag juist een gewapenden troep burgers aankomen, die bij 't planten van den boom geassisteerd hadden, doch nu verzeld waren van een menigte slegt, meest dronken en baldadig volk. Ik bleef staan, vertrouwend op de gewapende burgermacht, die zich immers het bolwerk der vrijheid noemde. Maar op eens trad een karei (N.B. een burger) uit het gelid op mij toe. Ik deed gauw de deur dicht en de man rende tegen de deur aan en gaf er nog eenige steken met de bajonet in. Had ik blijven staan , zoo besluit hij hier wat al te gereedelijk, „dan zou hij met mij gedaan hebben, hetgeen hij aan mijne deur deed".

Van de bovenbedoelde verzen van Chandon en zijn collega spreekt onze schrijver natuurlijk ook geen

Sluiten