Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijkelijk met de bedoeling, om het politieke leven eenigszins in de hand te houden. Zij heette „de Gemeenebestgezinde Societeit" en was gevormd uit: a. leden van den stadsraad, b. leden van den krijgsraad en andere lagere colleges, c. leden van de overige clubs, d. een aantal particulieren. Ze mocht vergaderen op de lokalen boven de Beurs en had tot voorzitter Lambertus van Oyen, die zich als zoodanig blijkbaar zóó verdienstelijk heeft gemaakt, dat hij reeds in Maart 1795 tot eersten stadssecretaris benoemd werd. De „Gemeenebestgezinde" was den ganschen dag geopend van's morgens acht of negen uur tot 's avonds tien; ze had dan ook grootsche plannen : hare „schikkingen en wetten spreken niet enkel van „vorming van brave patriottische burgers", maar tevens van „behartiging der belangen van zeevaart, koophandel, fabrieken en trafieken, landbouw en handwerken". Haar devies, te lezen op een houten bord bij den ingang aan den Visschersdijk, luidde daarom zeer zinrijk:

„De zucht voor 't volksbelang vereent deez' broederschaar,

„En vormt voor 't Vaderland den held en redenaar.

Zelfs in deze officieele societeit is het lang niet altijd rustig en ordelijk geweest, maar de „Volksvrienden" zijn toch gansch anders te keer gegaan, Onze schrijver vertelt daar eenige „gevallen" van.

„In Maart 1795 werden op de Nieuwe Markt kazernes gebouwd voor de Fransche soldaten, omdat het met de inkwartiering steeds meer spaak liep.

Sluiten