Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zorgen voor de orde en in 't bijzonder belast was met het opsporen en tegengaan van mogelijke booze plannen bij de Prinsgezinden. Het had zich o. a. in Juni 1795 zeer ijverig betoond, toen het gerucht liep, dat een leger van den Prins op de Duitsche grens stond, en dat de Oranjeklanten reisgeld gaven aan ieder, die daarheen wilde.

Zoo had toen het Committé, gelijk onze schrijver vermeldt, „zich op zekeren nacht met een detachement van de burgerwacht en een commando Fransche soldaten naar het buiten van den heer Verbrugge (ook een gewezen vroedschapslid) aan de Schie begeven en genoemden heer dadelijk, midden in den nacht, naar den Doelen gevoerd. — En dat alleen, omdat een tuindersknecht, waarschijnlijk omgekocht, verteld had, geld van hem gekregen te hebben. Bij 't verhoor, den volgenden morgen, was dadelijk gebleken, dat de schoft valschelijk had beschuldigd. De heer Verbrugge kon wel getuigen, dat de kerel bij hem geweest was en geld gekregen had, doch niet meer dan 4 zesthalven, om hem weg te krijgen." Dat was alles, en de heer Verbrugge, ofschoon wel Oranjeman, was daarop onmiddellijk vrijgelaten, terwijl de tuindersknecht onder 't stadhuis gezet, doch al spoedig ontsnapt was.

Na dit tijdperk van al te grooten ijver was het Committé echter wat kalmer geworden, zeker ook wel door zachte wenken van de zijde der Wethouders en Raden. En dit was weinig naar den zin der „Volksvrienden", die om alle hoeken het „verraad van 't Oranje-

Sluiten