Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en I. Valeton, en het antwoord, dat ze ontvingen, luidde weemoedig-erkentelijk: „het is ons aangenaam, dat ten minste een gedeelte der burgerij in ons een volkomen vertrouwen stelt".

De „Volkvrienden" waren natuurlijk van gansch andere gevoelens: in een onstuimige bijeenkomst op de Delftsche vaart gingen ze geweldig te keer tegen de „ontrouwe regeerders" en riepen van alle zijden tegelijk, dat de brave Patriotten Sager en Lammers moesten bevrijd worden, desnoods met geweld, om plaats te maken voor 't gespuis van de Heerenstraat. Het stadsbestuur, hierop wel bedacht, hield goede wacht en liet den volgenden morgen, den 17dent den voorzitter der Volksvrienden, van der Palm, voor zich komen, om te hooren, wat er broeide. Deze antwoordde onvervaard, dat men de gevangenen uit het stadhuis wilde halen.

Men liet hem heengaan met een ernstige waarschuwing en verzocht nu onmiddellijk den garnizoenscommandant, alle troepen, Fransche en Hollandsche, onder de wapens te doen komen, terwijl het stadsbestuur zelf nog een piket schutterij opriep, 't Was nu volle ernst; er zou nu beslist worden, wie te Rotterdam de lakens zou uitdeelen, de wettig gekozen regeering of wel een bende Jacobijnen, die zich „het souvereine volk" noemde.

De „Volksvrienden", die ten getale van 5 a 600 tegen half twaalf weer in hun gebouw bijeenkwamen, hadden van den oproep der gewapende macht reeds vernomen en voelden nu geen moed genoeg, om dadelijk alleen met hun eigen horden het stadhuis te bestormen ; daarom

Sluiten