Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche Vaart gezonden, om het gebouw der Volksvrienden eveneens te sluiten en wel voor altoos. Deze gewapende macht kwam vroeg genoeg, om geen tegenstand te vinden: er waren maar veertig a vijftig Volksvrienden aanwezig zonder eenig weermiddel: men joeg ze eruit, sloot de deuren, nam uithangbord en vlag van de societeit weg en bracht deze op het stadhuis. Een sterke macht bleef echter op post voor de deur, met bevel, niemand binnen te laten.

Zoo was met één slag deze groote rumoerige club vernietigd. Maar daarmee waren hare leden en hun aanhang nog niet tot zwijgen gebracht. Zij zochten nu hun heil (voor zoover ze konden) in de Gemeenebestgezinde Societeit. Tegen donker kon de baljuw aan het stadsbestuur berichten, dat de lokalen boven de Beurs „gestampt vol" waren en dat men ook daar met alle geweld eischte, dat Sager en zijne medegevangenen zouden worden losgelaten.

Op dit bericht verdubbelde de regeering hare waakzaamheid; ze kon nu beschikken over 200 man Hollandsche en 122 man Fransche troepen, die door rijkelijk onthaal van eten en drinken in goede luim gehouden werden. Toen dan ook tegen den avond een rumoerige deputatie van de Beurs kwam met den bekenden eisch van vrijlating der gevangenen, bleven Wethouders en Raden bij hunne bepaalde weigering, betuigende, liever dadelijk te zullen aftreden, dan zich door het volk te laten dwingen. Dit verwekte natuurlijk nieuwe verontwaardiging bij de

Sluiten