Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nieuwjaar van 1796: hij werd weldra ter dood veroordeeld en de bekende ds. Scharp moest hem in de gevangenis bezoeken, 't geen hij zeer ijverig deed, tot den laatsten avond toe. Maar toen de predikant op den morgen der terechtstelling nogmaals de gevangenis binnentrad, om den misdadiger ter strafplaats te begeleiden, vond hij hem met half afgesneden hals, nog niet dood, maar toch bijna stervende, 't Geheele stadhuis was al in rep en roer; Wethouders en Raden, baljuw en schepenen, burgers, hellebaardiers en boden, alles liep zenuwachtig opgewonden dooreen, want het was een kwaad geval! — Immers, het volk, dat, niettegenstaande de afschaffing der buitengalgen, nog niet genoeg tot de nieuwe humane begrippen bekeerd was, om niet hard te verlangen naar het schouwspel eener groote executie, zou woedend zijn, als het dezen zelfmoord vernam. Het zou schreeuwen, dat de regeerders den edelman zelf het mes voor 't keelafsnijden bezorgd hadden, om hem te sparen voor de schande van de galg! — En zoo werd dan eindelijk door de regeerders en 't gerecht van Rotterdam besloten, dat men den afgesneden hals weer zou dicht laten naaien en dan maar het doode of bijna doode lichaam zou laten ophangen ! Dan zou 't volk tevreden zijn, niets weten en zwijgen !

Maar intusschen was het al laat geworden, al over den bepaalden tijd, en het souvereine volk buiten voor 't stadhuis liet reeds de stem des ongedulds vernemen. Er was kans, dat het weer tot standjes zou komen.

Sluiten