Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich de zoogenaamde Unitarissen, die alle felle Jacobijnen en vurige democraten mee omvatten, zooveel moeite, dat de grondvergaderingen met groote meerderheid de staatsregeling van 1797 verwierpen. Hierom moest dadelijk een tweede Nationale Vergadering gekozen worden, die het werk van voren af aan had te beginnen

Het behaalde succes verdubbelde den moed en den ijver der Jacobijnsche partij en toen nu ook een staatsgreep in Frankrijk weer een meer democratisch bestuur bracht, behoefden ze voor tegenwerking van de zijde der Fransche garnizoenen weinig meer te vreezen. Ze tastten dan ook dadelijk door. „Te Rotterdam," zegt onze schrijver, „gingen de revolutionnairen, het meester geworden, den ganschen raad der gemeente afzetten en lieten door 39 gecommitteerden uit de burgerij 24 nieuwe mannen aanstellen, mannen met geheel onbekende namen: Langestraat, van Schelle, Verroen, Essing, Deutz, de Roode, Ruychaver, Gallas, Korthals, Marcelis, enz." Namen, die natuurlijk onzen deftigen schrijver als heiligschennis in de ooren klonken.

Het verhaal zelf zou doen denken aan eene remotie gelijk in 1795, maar dat is het toch, volgens de officieele verslagen van den Raad, niet geweest. Het bestuur van Holland, dat vooraf in radicale richting gedreven was, had gelast, dat het eerste kiesreglement van 1795 moest hersteld worden en dat voortaan alle regeeringspersonen mitsgaders alle ambtenaren door de wijkvergaderingen moesten gekozen worden uit

Sluiten