Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voordrachten van gecommitteerden (van die wijkvergaderingen zelf). En toen de Raad, gedachtig aan het oude geheiligde zelfbestuur der stad, had trachten uit te stellen, toen waren Jacobijnsche burgers, zooals de ontslagen schutterkapitein van der Hoeven, Gaillard, Langestraat, Korthals, enz. bij den president gekomen en hadden hem gedreigd: „op 't kussen zult gij niet lang meer zitten, uw rijk is haast uit." — De voorzitter had kalm en met alle oprechtheid geantwoord: „daar zullen wij niet jaloersch over zijn." Hierop waren de rumoerige burgers heengegaan, maar 's nachts na twaalf uur waren ze teruggekomen en toen had van der Hoeven zoo'n hoogen toon aangeslagen, dat de president hem had moeten toevoegen: „schreeuw niet zoo!" — Dit had zooveel geholpen, dat van der Hoeven bij wijze van verontschuldiging een merkwaardigen uitleg aan zijn geschreeuw gegeven had : „Ik schreeuw niet, maar het inwendig vuur van vaderlandsliefde doet mij aldus spreken en God en de Natuur hebben mij met een sterke stem begaafd." — „En denkt gij mij daarmee te intimideeren ?" had de president nog gevraagd, waarop de burgers vrij spoedig waren vertrokken, zonder iets verkregen te hebben. — Slechts voor den aandrang van het provinciaal bestuur was de Raad eindelijk gezwicht en had tegen 4 October de verlangde verkiezingen voor „alle collegiën van politie en justitie" uitgeschreven. Doch dit werk had zooveel voeten in de aarde gehad, dat eerst den 3osten October de nieuwe Raad voltallig was

Sluiten