Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t

VI.

Venus-Muiltje.

Orchideeën, nobele familie, tot voor korten tijd de bloemen for the upper ten, in de laatste jaren for the million. Geen bloemenwinkel tegenwoordig, of er prijken op zijn tijd orchideeën. En al is het bij ons nog niet zoover dat voor een enkele onberispelijke Cattleya, die een uurtje in 't knoopsgat, aan taille, rok of robe voornaam zal doen, met plezier een tientje wordt betaald, zooals in London en New-York, het begint er toch al naar te lijken. In Jirst-class br\i\ds- en jubileumsbouquetten en in grafkransen zijn orchideeën al geen zeldzaamheid meer; men kan al haast niet minder; zoo heelemaal zonder orchideeën, dan wordt het al te burgerlijk.

Het is niet moeilijk te zeggen, hoe de orchideeën tot zoo hoogen stand en rang in het bloemenrijk gestegen zijn. Er ligt in de bloem iets aparts, iets voornaams, iets heel ver boven het alledaagsche, iets van verfijnden smaak en moderne kunst; heel wat Jugendlijnen zijn van cypripediumslingers afgekeken. Ook al bij onze heel bescheiden inlandsche orchideetjes treft ons dit. Kijk er maar eens een jong bloemenvriendje op aan, als die voor 't eerst een orchidee vindt; dat is een schat, iets dat heel zorgvuldig wordt behandeld, niet maar zoo in een plantenbus gestopt; neen, daar spaar je vloeitjes voor op, of je wikkelt een orchideeënpol heel voorzichtig in een mosdekentje.

Sluiten