Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben derhalve geen verstand; ze handelen zooals ze moeten door een hun ingeschapen drang en kunnen niet anders."

Dit nu is beslist niet waar; zelfs niet voor de honingbijen, die bouwen tegenwoordig wel op kunstwas; ze maken gebruik van de gelegenheid, die hun geboden wordt om zich tijd en moeite te sparen en doen de wanden van hun cellen verrijzen op een vreemden niet door hen vervaardigden bodem.

Maar al was het van duizend diersoorten te bewijzen, dat zij sedert menschenheugenis geen haarbreed van hun geërfde gewoonten waren afgeweken, als van tien soorten, ja, als maar van één enkel individueel dier het tegengestelde is te bewijzen en dat het handelde met overleg, gegrond op ervaring, op welke wijze ook verkregen, dan is de bewering dat het dier geen verstand kan bezitten, niet meer in al zijn algemeenheid vol te houden.

Dat zeer ingewikkelde gewoonten bij dieren niet ten eeuwige dage bestaan kunnen hebben, blijkt overtuigend uit het bekende, „staan" van een jachthond. Men moet het bijgewoond hebben, men moet den oogopslag van het dier gezien hebben, waarmee het den jager schijnt toe te fluisteren: „Stil, houd u gereed, ik heb ze hier voor mij in den neus," om de deelneming van den hond te kennen. Dan dat afwachten tot het schot gevallen is en het apporteeren!

Hier volgt een voorbeeld van wijziging van gewoonten naar nieuwe omstandigheden. Een sterk geval, dat ik verleden jaar zelf heb waargenomen. Ieder heeft wel eens gehoord van den negendooder of klauwier, een vogel, die ook bij ons voorkomt en die de merkwaardige gewoonte heeft, een massa groote hommels, torren, vliegen, muizen en zelfs jonge kale vogels levend op doorns van acacia of slee of meidoorn te spietsen; hij brengt zijn jongen bij die akelige tentoonstelling

Sluiten