Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de hr. Van Wisselingh het uit Londen meebracht en het aan eenipeder Haa^sche

• <3 O

schilders had laten lezen, was er een algcmecne roep over dat boekje; een ieder moest het lezen en men verkneuterde er zich in; men lachte en bewonderde zooveel kunst van dictie, zooveel fijn overlegd kunstenaarsgevoel. — Schilders zijn in den regel af keer ig van boeken over kunst; ze zien ze niet aan en vinden het bespottelijk, dat men boeken schrijft over iets, dat slechts door aanschouwing gevoeld en begrepen kan worden.

WlNKELMANN, LüBKE, of WaAGEN, die groote kunstcritici, zijn hun ontoegankelijk, fa, 7 is mij nog nooit gebeurd, dat ik in eenig atelier een boek over aesthetica za% liggen. — Ik geloof dal de meeste schilders zulk een boek met een angstig gezicht zouden aanzien, als een cauchemar op hun levenszin en als een vijfde rad aan hunnen voortrollenden wagen. — Maar dit boekje, lieve lezers of lezeressen, ziet ?/, dat is wat anders; het is

Sluiten