Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag zeide hij, dat hij mij niet zou bedanken, maar dat ik het misschien aardig zou vinden te weten, dat hij nooit te voren honderd dollars in huis had gehad.

Ge vraagt of hij veel buitenshuis schilderde. Hij placht wandelingen te maken, de dingen te bekijken en ze zoo te bestudeeren. We gingen samen uit en kwamen bijv. een kar op den weg tegen; we gingen dan zitten: hij wees me hoe de kar helde, hoe het licht op de wielen viel en nog een heeleboel dingen. Alles was voor hem interessant. We bleven soms den geheelen achtermiddag uit en wandelden niet meer misschien dan een half uur.

Soms gingen we naar Parijs, naar het Louvre, en hij bracht me dan voor een Mantegna, of een Albrecht Dürer, en wees me op het mooie daarvan. Na Mantegna placht hij dan te zeggen: „En waar blijft nu uw Titiaan?" Hij zeide altijd dat hij er niet om gaf naar Rome te gaan. Hij kon in het

Sluiten