Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hanne.

Ik zie nog niets, moeder.

Vrouw Arnold.

Wanneer hy zoo lang uitblyft, word ik bang. Weet je zeker dat hy naar het dorp is?

Hanne.

Ik heb hem langs dezen weg zien heengaan.

Vrouw Arnold.

Dus langs de rivier moet hy komen. Kind, ga hem tegemoet. Ik ben angstig, wanneer hy alléén langs het water gaat.

Hanne.

O, daar zie ik vader ... Zie je niet ? ... Daar 1 By de rietbosschen ... waar de Krebsbach in de Oder valt. Vrouw Arnold.

Dat is de plaats, waar hy van nacht in zyn droomen over praatte. Gauw naar hem toe I

(Zy wil dien kant uitgaan. Hanne beduidt haar, dat het niet hoeft.)

Hanne.

Neen! Daar komt juist dominé Berger. Die roept hem toe ...

(In de verte geroep.)

Nu spreken zy met elkander. Laten wy dus hier blyven. Want wanneer hy merkt, dat wy hem nagaan, maakt hem dat nog zenuwachtiger.

Vrouw Arnold.

(By het begin der volgende woorden nog dien. kant uitziende.)

In het dorp zegt men, dat het een heel goede man is, de nieuwe dominé. Konden wy hem maar hier houden vandaag. Want als straks de heeren van het

Sluiten