Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat een heldenbaard heeft de held! Heb je ooit een strooman gezien met zoo'n heldenbaard?

Berger.

(Tot Vrouw Arnold en Hanne.)

Dus jullie hebt nog geen nieuwe woning?

Vrouw Arnold.

Neen, dominé. Als ik er van sprak, een woning te huren, wou Arnold er niet van hooren. Hy wou nooit gelooven, dat het tot zoo ver komen zou.

Berger.

j ; | | j !

Dan zal ik naar het dorp gaan en voor een onderkomen zorgen. Blyf dus hier, totdat ik terug ben. Ik ben spoedig terug. Ik zal een wagen laten komen, om het goed te vervoeren. Dag, Arnold 1 Tot aanstonds.

(Berger af.)

VIJFDE TOONEEL.

Arnold, Vrouw Arnold, Hanne, Kuppisch.

Arnold.

Wat zei mynheer Berger?

Vrouw Arnold.

Dominé gaat een woning voor ons zoeken.

Arnold.

Dus zóo ver is het gekomen. Daar staat, wat n\yn eigendom is, en, wederrechtelyk er van ontzet, moeten wy de wegen op. Als Zigeuners moeten wy de groote wegen op. Wy moeten scheiden, ik en dat huis en die molen en die boomen. Wat is het, dat je vast-

Sluiten