Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet. Ze méakten geen landrecht. Ze wilden geen goed recht. Myn vader bleef eischen. Maar of hy al op al zyn bevelen schreef: „cito, cito", het hielp niet. En op zyn sterfbed zei hy tot me: „De ellendige justitie schreit ten hemel. Ik heb geen verstandig woord uit de monden van de juristen kunnen dwingen. Tracht gy het te doen."

En ik, heb ik wat gedaan kunnen krygen? Dat gordyn

(Hy wyst naar het geslotene raam rechts.)

durf ik niet openen. Dagelyks staan daarbuiten onder den lindeboom groepen arme menschen, rekesten in de handen, smeekend om recht. Ik kan, helaas, niet alles doen. Ik kan de stumpers niet allen helpen. En wie doet er van jullie iets? Von Carmer is de eenige, die bewyst dat een jurist nog gezond verstand kin hebben. Die heeft een uitstekend voorstel gedaan: de advocaten naar den duivel, alle formaliteiten afgeschaft, de rechter zelfstandig onderzoeker van de zaak, niet van paperassen maar van de zaak. Jullie wou er niet van hooren een jaar geleden. En ik heb de fout begaan, geen beslissing te nemen. Maar nu z&l ik beslissen. 't Wordt te erg. Ik heb een brief geschreven aan Von Carmer om hier te komen. En dan zal jullie aan 't werk moeten.

(Von Fürst heeft inmiddels een papier uit zyn jaszak genomen, waarmee hy bewegingen maakt als om het den Koning aan te bieden. De Koning na een pauze:)

Heeft u daar iets voor me?

Von Fürst.

Ja, Majesteit! Een voorstel om vyf advocaten te Berlyn wegens handelingen strydig met de eer van hun ambt, te straffen.

(Hy reikt den Koning het papier over.)

Sluiten