Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE TOONEEL.

Arnold, Vrouw Arnold, Wed. Poelchen, Neumann.

Wed. Poelchen.

(Komt Arnold en zyn vrouw uit de woning tegemoet.)

Wel, ben jullie daar? Hoe gaat het nog?

Arnold.

Hoe zal 't gaan ? Zoo-zoo! Dan weer hoop! En dan weer geen hoop.

Wed. Poelchen.

Nu de Koning zich met de zaak bemoeit, hoef je toch niet ongerust te wezen.

Arnold.

Jawel I Maar die daar met zyn kornuiten in Küstrin moet het vonnis maken.

Wed. Poelchen.

Zoo! moet dié beslissen I Dat verandert de zaak wel wat.

Vrouw Arnold.

Kom, kom, die durft jou geen ongelyk geven tegenover den Koning.

Wed. Poelchen.

Niet durven? Die? Denk er aan, 't is een brutale rakker, diezelfde pieterige, miezerige hummel van een kerel... Maar ga jullie met my naar binnen. Ik heb een kop koffie voor je klaar. En je eet vandaag natuurlyk ook weer by met

(Zy gaan in de woning. Neumann, nog verdiept in zyn lectuur, merkt niet het opkomen van Busch en Scheibier,

van links-voor.)

Sluiten