Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlangen naar onzen molen, naar onze ouderlyke stee. Maar die zien wy nooit terug.

(De tranen komen hem in de oogen.)

De Koning.

Nu, nu, Arnold! Nog een weinig geduld! Nog een weinig geduld!

Arnold.

Geduld, Majesteit? 't Is negen jaar nu, dat ze al met my bezig zyn.

De Koning.

Ik weet het, de weg van rechten...

(Uitvallend.)

Heet die doolhof van jullie niet zoo, Von Fürst?

Von Fürst.

(Bangelyk.)

Ja, Majesteit.

De Koning.

De weg van rechten, Arnold, ik weet het, die is als een slepende ziekte.

Vrouw Arnold.

O, Majesteit, wy zyn zoo ongelukkig! Dat wy alles verloren hebben, misschien is dat nog niet het ergste. Maar dat Arnold geen recht kan krygen, dat is het, wat hem het meeste kropt.

(Zy schreit.)

De Koning.

(Scherp, tot Von Fürst.)

Heeft myn Grootkanselier al voorstellen bedacht, dat

Sluiten