Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een der beslissingen, waarop het hier aankomt, is een beslissing van Ulpianus. Ulpianus zegt...

De Koning.

Ik wil van dien Ulpianus niet hooren. Ik wil van iemand, die niet nydig wordt, als hy schryft, dat iemand een proces verliest, omdat hy den vorm me4- in acht heeft genomen, niet hooren. Zoo iemand heeft geen besef van wat werkelyk recht is.

(Wyzend op de tafel.)

Leg dat boek neer!

(Neumann legt het op de tafel.)

Ik merk, dat jy van rechtskwesties houdt. Ik zal je eens wat vragen. Toen Arnold vroeger Von Schmettau aansprak, heb jullie hem officiéél, in je vonnis, verwezen naar Von Gersdorf. En nu hy Von Gersdorf aanspreekt, laat je het hem verliezen, niet op feiten, niet op dingen, die je toen vroeger misschien niet wist, maar op de rechtskwestie, op iets dat je toen net zoo goed wist als nu. Hoe zit dat ?... Komaan, hoe zit dat ?... Wel, dat wil een jurist zyn! Dat wil zelfs een knap jurist zyn! En dat heeft geen praatje klaar!

Neumann.

(Aarzelend.)

Ik zou daarvoor het geheim van de raadkamer moeten schenden.

De Koning.

Ben je mal, man, met je geheim van de raadkamer? Vooruit, hoe zit dat?

Neumann.

(Eerst even beschroomd, maar dan weer gewoon.)

De zaak is aldus, Majesteit! De juridische wetenschap

Sluiten