Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Koning.

Het woord is aan Ulpianus.

Neumann.

(Beleedigd en nog al scherp.)

Ik zou willen aantoonen, Majesteit, dat in het vonnis wel degelyk de natuurlyke billykheid in aanmerking is genomen.

De Koning.

Ik ben benieuwd, hoe je dat klaar speelt. Daar komt zeker die Stryk by te pas, waar je 't al meer over hebt gehad.

Neumann.

Had Von Schmettau Arnold het water afgenomen, dan had deze geen pacht hoeven te betalen. Maar Von Gersdorf nam het hem af. Altyd sprekende in de veronderstelling, dat Arnold geen water heeft gehad, wat niet bewezen is. Von Gersdorf nam het water weg. Maar Von Gersdorf was ten opzichte van Arnold en van Von Schmettau een derde. Von Gersdorf was ten opzichte van Arnold eenvoudig een buurman. Volgens de leer van Stryk, volgens het natuurrecht, volgens de natuurlyke billykheid ziet ieder uit zyn land te halen, wat er uit te Tialen is. De buurman hoeft toch niet te zorgen voor zyn buurman. Ieder zorgt voor zich, en ik ben niet myn buurman. Daar komt by, dat beslissingen uit het romeinsche recht...

(Friedel, Graun, Busch geven door hoofdknikken teekenen van instemming.)

De Koning.

Heucking, heeft die man een bult?

Sluiten