Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Koning.

Jullie twee hebben je plicht gedaan... De heeren Ransleben en Scheibier zyn uit het arrest ontslagen.

(Op een handbeweging van den Koning zonderen Ransleben en Scheibier zich een weinig af van de andere rechters.)

Wat jullie overige rechters betreft, myn vonnis is: ontzetting uit het ambt van rechter, een jaar vestingstraf, betaling der schade aan Amold. Die schade zal ik later berekenen. Dan zal ze jullie worden medegedeeld door minister Von Zedlitz.

(Scherp.)

Dat wil mynheer Von Zedlitz zeker nog wel voor zyn Koning en voor het recht doen!

(Von Zedlitz maakt beschroomd een buiging.)

Von Schmettau en Von Gersdorf komen voor.

(Zy komen wat nader tot by de rechters.)

Wat dichter by! Ik wil goed zien, hoe twee edellui uit hun oogen kyken, die een molenaar hebben geplunderd.

(Zy komen nog nader, hebben de oogen ter neer.) Zy kyken heelemaal niet uit hun oogen. Zy kyken

naar den grond...

Tegen jou, Von Gersdorf, is myn vonnis: je geeft den molen aan Amold terug! Je hebt voor dien molen aan Von Schmettau geld betaald. Daarom zal ik nagaan, hoe dat tusschen jou en Von Schmettau moet worden uitgemaakt. Dat wordt jullie medegedeeld door minister Von Zedlitz.

Verder gelast ik Von Gersdorf de karpervyvers te verwyderen. Of wel: je bouwt voor Amold een windmolen. Wat is je keus ?

Sluiten