Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arnold.

Dat heb ik ze gezegd. Majesteit I

(Opnieuw geroep buiten.)

De Koning.

(Naar buiten.)

Dat is goed, kinderen! Dat doet my pleizier, dat je den lindeboom versiert.

Een stem van buiten.

Met my is het nog veel erger gegaan dan met Arnold.

Een andere stem.

Er is geen recht in de wereld.

Een andere stem.

Buiten den Koning is er geen recht te krygen. (Opnieuw geroep: „Leve Frits!")

De Koning.

Ik dank jullie, kinderen! Ik dank jullie! En als er wat aan mankeert, dan kom je maar by my. Daarvoor ben ik er.

(De Koning komt terug van het raam, zegt, half tot Heucking, half in zichzelf:)

En nu aan den arbeid! De schoonste arbeid is de vernietiging der zotheid. Laat ons dien arbeid willen I De wil kan alles. Wie maar half wil, is als een die ontwaakt uit den slaap, zich opricht, en in den slaap terug valt. Maar de half-goden, die koppig wilden, kwamen aan het eind.

(Nieuw geroep buiten: ,,Leve Frits! De Koning gaat naar het raam, groet met de hand. Het scherm valt inmiddels.)

Sluiten