Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhinderde, zijn tijd zoo goed mogelijk te besteden. Wanneer het zou gebeuren — wie kon het zeggen, maar eenmaal zou hij geroepen worden met zijn troepen in het veld te verschijnen, en dan moest zijn strijdmacht tot de allerbeste behooren. Dat mocht nu eenmaal niet anders, en het eenige middel om dat doel te bereiken, was oefenen.

De opperbevelhebber Van Swieten vond het noodig, een versterkte plaats, den Kraton, te veroveren, maar begreep, daarvoor eerst versterking te moeten ontvangen. Op zijn aanvraag werd Van der Heijden gelast hulp te gaan bieden, en zoo meende deze, vroeger dan hij had durven hopen te kunnen volbrengen wat hij aan het slot van zijn boekje in 1866 gewenscht had. Ook nu wachtte hem een teleurstelling. De weg, dien hij op bevel van Van Swieten moest afleggen, was zeer moerassig; de gids scheen zelf een geleider noodig te hebben, want toen men na een dag voortgetrokken te zijn, meende bij den Kraton te zullen aankomen, bleek het, dat men er nog ver van verwijderd was. De troepen moesten dus in het veld den nacht doorbrengen en toen de Kraton werkelijk in het gezicht kwam, moest Van der Heijden vernemen, dat de verovering reeds een feit was, en hij dus met zijn troepen weer kon afmarcheeren. Onderweg was men toch op een troep vijanden gestuit, en al viel het niet moeilijk hem te verdrijven, dit geschiedde

Sluiten