Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het fort gereed, of de Atjehers hadden een anderen verbindingsweg gemaakt, terwijl zij in het gebergte kleine bentings en versterkingen opgeworpen hadden. Er moest dus meer gedaan worden en Van der Heijden schroomde niet nu hij eenmaal A had gezegd, B te laten volgen, desnoods tot Z toe. Hij liet den omtrek nauwkeurig verkennen en uit de ingewonnen berichten begreep hij, dat aanvallen bij dag hoogst gevaarlijk zou zijn. Dan maar bij nacht.

En zoo geschiedde het. Na een vermoeienden tocht werd men op een hoogte een stuk geschut gewaar, waaromheen een dertigtal Atjehers in diepe rust lagen. Stil en vlug werden deze overvallen ; eenigen redden zich nog door de vlucht, de anderen werden gedood en het geschut buitgemaakt. Uit de andere versterkingen werd nog wel getracht onze troepen lastig te vallen, maar een welgericht vuur verdreef ook dezen vijand, zoodat weldra het buitgemaakte geschut naar ons fort kon worden overgebracht, nadat eerst alle versterkingen door Atjehers in het gebergte opgeworpen, geslecht waren.

De bevelhebber, die naar het scheen Van der Heijden zoo weinig genegen was, werd 6 November 1876 vervangen door generaal-majoor Diemont, en deze nam andere maatregelen. Zich herinnerende hoe hij Van der Heijden te Semarang had leeren kennen, riep hij dezen te Kota Radja bij zich en

Sluiten