Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijft het einde zijner overdenkingen hetzelfde als bij vorige gelegenheden, toen de voorgenomen tocht door hem nauwkeurig overwogen werd. En dat einde was: „De onderwerping van Samalangan is dringend noodig voor het belang van het Vaderland en dus — zij moet geschieden."

Daar wordt op de kamerdeur geklopt en op het „binnen" verschijnen de Chef van den Staf en het dienstdoende Hoofd der maritieme-middelen. Beide heeren gevoelen zich gedrongen, neen verplicht, nogmaals alle bezwaren, aan den tocht op morgen verbonden, te ontvouwen en met den bevelhebber te bespreken. Zij zouden zich niet verantwoord rekenen, als zij niet alle middelen beproefd hadden om het plan te doen opgeven. Zij vreezen nog maar al te zeer, dat niets dan teleurstelling te wachten staat, nog gezwegen van het verlies aan menschenlevens en oorlogsbenoodigdheden, dat onvermijdelijk zal blijken.

Oplettend heeft Van der Heijden hen aangehoord ; diepe stilte heerscht in het vertrek, terwijl zij het antwoord van den bevelhebber verwachten. Het schijnt, of deze een oogenblik aarzelt, eer hij iets zegt. Maar dan klinkt het kalm en bedaard, doch met nadruk: „Ik dank u voor de betoonde belangstelling, maar aan het plan is niets meer te veranderen. Ik wacht u morgen op het afgesproken

BROUWER, K. V. D. HEIJDEN. 4

Sluiten