Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK.

EEN GEWICHTIGE DAG.

In het vorige hoofdstuk is vermeld, dat op den 2en Januari 1878 Toekoe Moeda Nja Malim zich aan het Nederlandsch gezag heeft onderworpen. Was die dag hierdoor een aangename voor Van der Heijden, voor den ouden grijzen Toekoe Moeda Nja Malim was hij zeer pijnlijk. En dat was geen wonder.

Toen deze zich in den morgen van dien dag ophield aan den oever van de Aracoendoer-rivier, waar hij zijn tien mannen bescheiden had, herdacht hij zijn geheelen levensloop.

Reeds als knaap had hij een diepen afkeer opgevat voor de „ongeloovigen" en met den dag werd zijn begeerte grooter om de wapenen te mogen opvatten teneinde zijn geliefd Atjeh te verlossen van de macht der „Compagnie". En toen was die macht nog niet zeer merkbaar, zoo nu en dan verscheen er wel een

Sluiten