Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij hun aanvoerder in den steek lieten en vluchtten. Ook hij moest zich door de vlucht redden. Wapens, munitie, een groote voorraad geld en kostbaarheden, dat alles viel in onze handen en toen de sterkte door buskruit vernield was, zwierf Toekoe Moeda Nja Malim alleen, door allen verlaten, rond.

Wat zou hij nu verder doen? Hij was te verstandig, hij had te veel ondervinding om te durven hopen dat het hem ooit zou gelukken, den geduchten vijand te verslaan. Maar hij had meer dan moed in dien vijand, Van der Heijden, opgemerkt. Ook in slimheid stond die man hoog. De aanval aan de rivierzijde getuigde van een sluwheid, een Atjeher waard.

Vroeger of later zou onderwerping onvermijdelijk zijn, dat begreep hij levendig; was het dan nu niet het meest eervol, zich te buigen voor een man, dien hij in meer dan een opzicht als zijn meerdere moest erkennen, voor een man, onder wiens bevelen hij zich gaarne gesteld zou hebben, als hij maar een „geloovige" geweest was?

Nog eenigen tijd zwierf Toekoe Moeda Nja Malim rond; het gelukte hem, tien oude volgelingen om zich te verzamelen en met hen begaf hij zich op den morgen van den 2eu Januari 1878 op reis.

In zijn gedachten had hij al het bovenstaande doorleefd; die gedachten waren niet afgebroken,

Sluiten