Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor zeer n achting was gedaald, alle toorn tegen hem was nu geweken. De boeteling moest opstaan, de kris werd aangenomen, en op waardigen, doch zachten toon sprak Van der Heijden :

,Toekoe! In naam van het Nederlandsch-Indisch Gouvernement, dat ik hier vertegenwoordig, aanvaard ik Uw kris; ik weet, wat de aanbieding daarvan van Uw zijde beteekent.'

En nadat ook de twee klewangs waren aangenomen, onder vermelding dat zij werden aangeboden als een blijk van hoogachting voor den veldheer, was de plechtigheid geëindigd.

Veel schoone dagen heeft Van der Heijden in den oorlog op Atjeh beleefd, als hij mocht ondervinden hoe zijn pogingen met gunstigen uitslag bekroond werden, maar de 2e Januari 1878 mag zeker wel een der schoonste genoemd worden.

Sluiten