Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijand was daar te gering in aantal en kon niet veel kwaad uitrichten, terwijl een tocht derwaarts onmogelijk de moeite en kosten zou kunnen loonen.

Op 22 Augustus 1880 kon de reis naar Batavia aanvaard worden en weldra verscheen Van der Heijden in de vergadering van den Raad van Indië. Daar werden de zaken van inwendig bestuur besproken, maar de vraag of er voortaan éen of twee personen met het oppergezag zouden worden bekleed, bleef onaangeroerd, terwijl het niet aan Van der Heijden stond, die zaak ter tafel te brengen.

De dagen, die Van der Heijden te Batavia en te Buitenzorg doorbracht, werden hem zoo aangenaam mogelijk gemaakt; noch in 't openbaar, noch in een vertrouwelijk samenzijn met den Gouverneur-Generaal werd een woord gerept van ontslag of van tekortkomingen, die daartoe aanleiding zouden geven. En toch had de Gouverneur-Generaal verklaard aan den Minister van Koloniën, dat Van der Heijden ongeschikt was om Gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden te blijven.

Maar de hartelijke ontvangst te Batavia was niet gemeend. In November 1880 te Kota Radja teruggekeerd, ontving Van der Heijden een mondelinge boodschap van den Gouverneur-Generaal, waarbij hem werd aangeraden, spoedig verlof naar Europa te vragen wegens ziekte. Er waren te Batavia tal

BROUWER, K. V. D. HEIJDEN. ^

Sluiten