Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK.

IN HET VADERLAND TERUG.

Op 23 Mei 1881 was Van der Heijden uit onze Oost-Indische bezittingen vertrokken; het telegram, door eenige Hoofden uit Atjeh op eigen kosten aan Z. M. den Koning verzonden, waarbij verzocht werd, het ontslag van den Gouverneur in te trekken, had niet mogen baten. Niettegenstaande dit duidelijke bewijs, dat Van der Heijden in Atjeh de rechte man op de rechte plaats was geweest, ondanks de vaste overtuiging dat hem een groot onrecht aangedaan en het vaderland een ondienst werd bewezen, moest Van der Heijden zich inschepen en betrad hij weldra den vaderlandschen bodem.

Het scheen, dat de laster hem reeds vooruit gereisd was.

Bij zijn aankomst geen eervolle ontvangst. \\ el wapperde hier en daar een vlag uit een woning, wel werd door eenige personen een „hoezee!"

Sluiten