Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en deze hem (voor hij weer wegliep) eenige banknoten gat, werd daarvan naar de zijnen in Brussel gezonden, maar ook een deel kreeg zijn amsterdanische protégée Mina, die er in Den Haag een nering van kon beginnen. En : //Een klokje, Mina, moet je hebben, dat mag niet ontbreken!" En in 't klokje-zelf had hij zoo'n schik, en in de heele kleine negotie, en hij zorgde er zoo hartelijk voor, dat alles naar 't geringe vermogen, 111 orde was. (En nog op andere wijze wilde hij troosten. En Tine schreef: //Vertrouw op mijn man als op een rots".) Zijn bedisselen was waarlijk touchant! En dan dronk hij er, in 't winkeltje in't//Hamerslop", zijn lievelingsdrank thee : ffJe weet, Mina, ik drink graag uit een clun kopje, als je er toch een voor me koopt." En : //Ja, kersen, maar als ik ze eet, twee pond !" /,Gut, meid, wat zou ik't aardig vinden, als je winkeltje opnam!"...

was er liever dan in 't Willemspark, en heeft er dan ook meer tijd doorgebracht, en ik met hém.

Hij kon er zich, om maar iets te noemen, urenlang met het solitairspel bezighouden, dat ik hem gaf. Waren we boos, dan reikte hij mij schuins over het toonbankje heen de hand ter verzoening. Reminiscentiën !

Met de arme //Mina van 't Hamerslop" had hij geen andere relatie — dat was puur medelijden. Wel had hij haar eens — zeker ook uit medelijden, want zoo was hij — zooiets gevraagd, maar zij had zich te ongelukkig gevoeld, om er gevolg aan te geven.

Mina was winkeljuffrouw bij Knobel, confiseur Suisse te Amsterdam, waar Dekker zijn kamer had. Haar treurigheid, verlegenheid viel hem in het oog. Hij giste de oorzaak, en zij ontkende dan ook niet, dat ze zwanger en wanhopig was. De kapitein bij het Indisch leger R. had haar verleid en verlaten. Dekker, zooals gezegd, troostte haar, beloofde

Sluiten