Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wy wenschen je veel voorspoed zoowel daarmee als met andere dingen. Dat het leven zwaar te torschen is weet ik!

Adieu, hartelyk gegroet van je ouden vriend

Dek."

Daarna heeft hij nogmaals gegroet — toen . . . hoorde ik, dat zijn tenger lichaam in de vlammen was opgegaan ! — Hij was 19 Febr. 1887 „zacht gestorven."

Ik, in Würzburg, wist dit niet, en keek juist op het uur, dat zijn lijk te Gotha verbrand werd, naar een carnevalsoptocht van de studenten. En tegen 2 Maart schreef ik hem nog een langen verjaardagsbrief, o. a. over „heksen" en ander würzburgsch oud nieuws. Ik noemde hem daarin „ouwetje" — niet vermoedende, dat hij ter ruste was gegaan.

In Geisenheiin had ik hem nog bezocht, in Ingelheim niet meer. Maar in Wiesbaden sprak ik hem nog wel. We waren eenigen tijd gebrouilleerd geweest, en ofschoon hij mij, toen ik naar Würzburg zou gaan, door een schrijven van Mimi nog liet vragen, ffuit oude relatie" eerst nogeens te komen, hield ik het aan mijzelf gegeven woord, ging niet, maar zond mijn zoon.

Om op den zijnen terug te komen. Eens toen 'k te Wiesbaden in den „Schicarzen Bock" woonde, had tegen het aanbreken van den dag een jong paar, gebruik makende van mijn naam, zonder bagage en op een tijd dat er geen trein kon zijn aangekomen, zich daar ingekwartierd. Ik kon niet gissen wie dat waren, en ze sliepen 's morgens nog, tot twee uur toe. Echter vond de huisknecht een kaartje in een ter reiniging buiten de kamer gehangen pantalon, die tot bovenaan met slijk was bespat, en op dat kaartje stond Signor Edonard Douices Dekker. Nu

Sluiten