Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geheimzinnige man, die hem dat huis te NiederIngelheim schonk, en reeds vroeger „blijken van hartelijkheid" had gegeven, moet de vader van het door Mimi aangenomen kind zijn geweest — dezelfde die hem zeker de effecten gaf, welke hij, om geld ter leen te krijgen, wel bij den bankier Berlé te Wiesbaden deponeerde. Die man had tot D. gezegd: „Koop dat maar", en deze: „Een mooie grap, 'k heb geen geld." Waarop de ander sprak: „Maar ik wel." En zond 14,000 Mark. ■*'

„Wouter" — zoo naar „Woutertje Pietersen" genoemd — was een onecht kind van een Beiersch officier, Wittich. Ziehier hoe Dekker en Mimi aan dat kind zijn gekomen. Eens, toen hij in Holland voordrachten hield, zei Mimi te Wiesbaden tot me: 'k Wou nou zoo graag een kind aannemen; nou zou ik de gelegenheid moeten waarnemen, want als Dek hier is, wil hij het toch niet; hij zou 't moeten vinden als hij terug is — dan zou hij er wel heel kwaad om zijn, maar dan is het er eenmaal! Wil jij een annonce in 't Wiesbadener Tageblatt bij jou laten navragen? — Gezegd, gedaan.

Er kwam toen een heer bij me, die zeide, een vriend van den vader van 't bewuste kind te zijn, en dat de moeder een weduwe was, en haar andere kinderen niet van die geboorte mochten weten.

En 't kind kwam en D. vond het, toen hij uit Holland kwam, en was niemendal tevreden over 't geval. Dat was een verrassing, waarop hij niet gerekend had! Maar later schijnen zekere douceurs hem anders omtrent Wouter gestemd te hebben, en hij van den kleinen jongen te hebben gehouden.

Toevallig hoorde ik eenige jaren na Dekker's dood, in

Sluiten