Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„'k Wou weieens weten, hoeveel meisjes hij nog zal hebben", zei Tine eens te Scheveningen tot mij.

Van Tine liet hij vroeger bij zijn vriendinnen en bekenden brieven circuleeren. Daar stond dikwijls „Kassian!' in, en zij deelde zoo trouw en natuurlijk mede, hoe ze met de kinderen te Brussel haar dagen doorbracht ; en hem vergeleek zij daarin eens met Mirabeau (om diens liefden). Ook van naar hem „hijgende meisjes" werd daarin gewaagd. Weinig meer herinner ik mij van die brieven der „arme tobster" — welke nu zijn uitgegeven.

Ook Mimi had zij voor hem aangelokt.

Deze was meer mans, maar onderging allengs ook den hachelijken invloed, hem zijn verliefdheden voor anderen te moeten toestaan. Wat echter Tine onderworpen en schijnbaar blijmoedig had verdragen en in de hand gewerkt, ging bij Mimi, vooral aanvankelijk, met tegenstand en stormen gepaard, en meermalen beklaagde zij zich bitter, dat hij met haar handelde zooals hij met Tine gehandeld had.

Ja, indien hij Mimi zoo buitengewoon hartstochtelijk en innig beminde; als juist zij in alle opzichten zoo'n passende geschikte vrouw voor hem was (en dat is ze geweest), waarom kwelde hij haar dan zooveel jaren met andere verliefdheden zoo choquant? En waarom wandelde hij dan, juist in den tijd toen hij haar zulke hartstochtelijke brieven schreef, met haar zuster A. naar Delft, naar een logement, waar deze zich aan hem overgaf, naar ik vernam.

O '

Wel had hij Mimi op zijn wijze werkelijk lief; anders ware hij, après fout, niet bij haar gebleven, hij de ontuchtige en tuchtelooze.

Wel liep zij hem, als hij weg was, na; zoo van Keulen naar Den Haag enz. „Anders", zei ze me, „had hij ine

Sluiten