Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misschien als anderen behandeld, en ik teil geen verlaten meisje zijn."

Nu, daarin had zij wel gelijk, na Tine's koppelarij en zijn zoo hartstochtelijke brieven, die nu eens in den geest, van onthouding, dan weer als onbeteugelbaar waren geschreven — alles niet zonder berekening, zij het instinctmatig, om haar, door gevoel en hartstocht voor hem geslingerde ziel aan te lokken, en de beletselen, den tegenstand ran haar vader enz., te overwinnen.

Als hij haar b.v. schreef: „Ik bijt op mijn zakdoek" [van hartstocht voor je], dan deed hij dit volstrekt niet, maar maakte juist iemand-anders het hof'. Toen reeds.

Om zulke dingen (liefdes) of om zijn brusquerieën en furieuse buien, waarbij wel schuim op zijn lippen kwam, en waarna hij soms in geen dagen of weken een woord tot haar sprak — liep zij weieens weenend door Wiesbaden, „dat de menschen haar aankeken."

Toen zij eens na zoo'n scène, met een paar boeken van hem onder den arm, was weggeloopen, trachtte ik hem zachter te stemmen. „Laat haar toch niet zoo weggaan, haal haar nog terug", haastte ik mij te zeggen — „als ze nu in wanhoop iets begaat, is het te laat!" Maar hij was dan als versteend.

Geheel onverwacht kon een kleinigheid hem doen opbruisen, en even onverwacht een bagatel hem weer in goede luim brengen; men was nooit zeker van zijn humeur.

Overprikkeld als hij was, kon de geringste beweging in de kamer, of een blik op hem geslagen, of het omslaan van een blad, het ritselen van een krant, of wat ook, hem doen wanen, dat zijn naaste omgeving hem steeds wilde kwellen, hem doen opbruisen en lang doen zwijgen en mokken.

Sluiten