Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klein. Nu eens loyaal, dan weer het tegenovergestelde; nu eens flink en fier, dan weder lafhartig — lafhartig ja.

Wat waar is, moet gezegd en niet verzwegen zijn, en daarom heb ik mij dan ook in Multatuli's geheimenissen niet kunnen vinden. Het bedekken, van wat ook, in anderen of mijzelf, is mijn fort niet.

Neen, Dekker was, wat karakter betreft, niet uit éen stuk, niet klaar en rein en doorzichtig als kristal, maar bestond uit verschillende, heterogene bestanddeelen. Al was hij, wat sommige zaken en vooral goddank! hoofdzaken betreft, standvastig en taai vasthoudend tot in het hardnekkige toe, evenwel was deels zijn doen en laten, en ook zijn redeneeren, een aaneenschakeling van kleine of groote inconsequenties. Doch met die inconsequentiën en die buiigheid heeft hij niet alleen een en ander voor zich en anderen bedorven, maar ook veel weer goedgemaakt.

Zijn buiigheid en dat zoo ontvankelijk zijn voor telkens nieuwe indrukken, heeft tot tegenstrijdigheid, lichtzinnigheid en ineer, maar ook tot frischheid van geest bijgedragen. Mede, om maar iets te noemen, tot verzoentijkheid — al kon hij ook wel zeer onverzoenlijk zijn, en dan bij de hem aangeboden hand, van „geen reciprociteit" willen weten Dat hing vooral van indrukken en stemming af.

Hij heeft wel wat van een kind gehad, dat beurtelings bitter schreiend en onbekommerd lachend door het leven is gegaan. (Niet dat ik hem ooit heb zien weenen!) Maar dat zoo ontvankelijk zijn vóór en verwerken van indrukken, heeft hem althans voor aanhoudend lijden behoed; hij kan zich alleen bij tusschenpoozen erg ongelukkig hebben gevoeld. Zijn geest heeft weeën gekend, doch intusschen heeft hij bloemen geplukt op zijn levensweg. O, hij verstond het toch wèl, ondanks alles, te genieten!

Sluiten