Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij kon zich, tot zijn geluk, verdiepen in de kleinste kleinigheden, en speelde gaarne schaak, ook wel whist, biljart, wandelde veel en ver, speelde niet kinderen, ook met meisjes... kon zich occupeeren en amuseeren mei wiskunde, niet kunstjes, raadsels, rijmpjes, grappen en wat al niet! Vooral hield hij van timmeren; een bak met spijkers, hamer en eenig ander gereedschap, was zijn schatkistje, en een draaibank jarenlang zijn onbereikbaar ideaal. Zelfs heeft hij, 50—60 jaren oud zijnde, meermalen wekenlang velerlei vliegers gefabriceerd en opgelaten — wel is waar, niet zonder de stille hoop, op dit gebied nog eens een uitvinding te doen. (Daar ikzelf in mijn jeugd zoo 11 voorliefde en hoogachting voor vliegers heb gehad, die in allerlei vorm bij mij waren te vinden, kon dit mijn hart bekoren.)

In zekeren zin was en bleef hij een kind, ja! A\ at werd hij boos als wij bij ongeluk op den staart van een vlieger traden, of ons in het touw verwikkelden, ot oorzaak waren, dat de vlieger ergens bleef haken of hangen! Met voldoening en trots daarentegen wees hij op de roode striem in zijn vingers, van het touw: „Kijk eens, hoe hij trekt.'

Meestal kon hij geen tegenspraak verdragen en niet de geringste afkeuring of aanmerking. NVie niet alles in hem en zijn geschriften even voortreffelijk vond (tenzij hijzelf het tegendeel zei) en de zaken juist zooals hij, kon zijn uieening en zijn lof wel voor zich houden.

Het zeggen „Ik zou" [dit of dat doen of hebben gedaan], kon hem woedend maken. „Ik zou! ik zou!" riep hij dan verstoord uit. „Ik zou!..."

Nu, ik zou ... in zijn plaats niet met Mimi zijn getrouwd, na haar „twaalf jaar geprobeerd" te hebben (zooals hij glimlachend zei); want dat huwelijk was, gelijk Van Vloten

Sluiten