Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was hem levensbehoefte. Waarlijk, hij was geen behoud*man, ook in dien zin!

O adderengebroed, dat uw dichter heeft laten tobben en versmachten; dat zijn vleugels geknot heeft, hem door het slijk gesleurd, en nu hein roemt!

Geloof was hem bijgeloof, dus „Ecrasez 1'infame!" ook zijn wachtwoord. Wel heeft D. ook op dit gebied niets bepaald nieuws gezegd, maar hij heeft het gezegd op een wijze, dat menigeen uit den kerk-roes tot helder bewustzijn is gekomen, en juist in dit anti-theologisch beginsel ligt voor een deel zijn kracht.

„Cette détestable langue qui a noni Hollandais", heeft hij meesterlijk beheerscht, verrijkt. Zijn vlug verstand, zijn levendige phantasie, zijn macht over de taal, zijn voorbeeldelooze zegginskracht, maakten hem, waar hij juist niet met hart schreef of sprak, tot een genialen blagueur.

Weergaloos was hij als satyricus.

En veel van hem zal, zooals ik schreef, „als zornmiithiger Ausbruch eines grossen Hebenden Herzens durch die Jahrhunderte leuchten."

Waar is het, dat de zenuwen bij D. een groote rol hebben gespeeld, zoowel ten goede als ten kwade. Toch gaat het niet aan, alles aan den invloed van overprikkeld zenuwleven toe te schrijven, al zou men dit, om vooral niet hard te oordeelen, wel vaak zooveel mogelijk willen doen. Van Vloten sprak reeds van „de verstandelijke en zedelijke ziekte-geschiedenis van een weelderig dichtervernuft", en van „gezoelzieke involging van zijn grilligste aandriften", en van „poseeren". Ja, dat eeuwige poseeren ! D.-zelf nu schreef, dat „poseeren" een hebbelijkheid van

Sluiten