Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon hij ook daarin innemend zijn! Hij verstond het zoo, gevoelige snaren te bespelen.

En menige brief zal ook misschien, juist niet met het doel, maar toch met het idee. geschreven zijn, eventueel gedrukt te worden na zijn dood.

Of hij veel gevoel had voor muziek, betwijfel ik; misschien omdat hem dikwijls de noodige „music in his soul" ontbrak, om in 't geheimzinnige, hoogere rijk der tonen te worde» opgenomen. Hij had, geloof ik, het meest oor voor het zangerige; en wat schilderkunst betreft, had hij 't meest oog voor de idee. („Mogelijk heel mooi, maar 't is m'n genre niet!")

Gaarne zat hij in de trekschuit, en kon dan ook heel grappig zijn. Meermalen u-andelden wij ook naar „Pat intranstibus", de „Geestbrug" of het „Plankje." Eens, toen ik op een van die plaatsen met hem en den kleinen Eduard op de wip had gezeten, kwam Barbes aan (die een vriend mijner familie was) en verzocht D., zijn sigaar aan te steken. ,,Volontiers, monsieur!" — „Dat was Barbes", zei ik. „Barbès? Barbès!" riep hij uit, „had me dat eer gezegd!" En hij zag hem na zoolang hij kon. — Want Barbès was immers óok zoo'n zeldzame Don Q,uixote, zoo n beklagenswaardige wereldverbeteraar, met meer goud in het hart dan in de beurs, och arm! Ook zoo iemand, die, god beter 't, hier tegen windmolens heeft gevochten, in dit tranendal, maar toch zijn Max, zijn Robespierre „in 't paradijs" hoopte te vinden. Dat zijn de slechtsten niet!

'k Heb hem nooit iemand vriend hooren noemen dan Roorda v. Eysinga. „M'n vrind Roorda", placht hij te zeggen. — Vriend R. wist niettemin ook wel een weinig, dat het „niet alles heilig vuur op zijn altaar" was. En R.'s brieven bleven de laatste jaren onbeantwoord (zooals deze

Sluiten