Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingang van-achteren, niet op-zij", en de mannen leetden er „geheel afgescheiden van de vrouwen". De rampzalige ziel "was zoo verbazend op de hoogte van een en ander, dat het mij moeielijk viel, mijn glimlach te bedwingen. Nu, Dekker zal ook wel moeite hebben gehad om zich goed te houden, toen die oude Javanen-vriendin — welke Multatuli „een lief menscli" vond — hein en Mimi vroeg : „Kom jelui morgen-avond thee-drinken? Jezus komt ook."

Thee drinken, ook zonder Jezus, deed Dekker gaarne — ik heb dit, geloof ik, reeds gezegd.

O, zeker, D. kon „een lief menscli" zijn, zoo vriendelijk en aangenaam, en met een drukte en een flux de bouche, die een advocaat hein wel kon benijden!

„Hij bleef zichzelf altijd gelijk". Wie dat gezegd heeft, was een vreemdeling in Jeruzalem.

„Allerlei ongunstige berichten omtrent zijn persoon deden de" ronde" — juist geen gevolg van „afgunst?', doch van de aanleiding die hij er toe gaf; en hijzelf wakkerde wel, met blijkbaar welgevallen, dat loopend vuurtje van praatjes aan. Waar is liet, dat wat hij min-of-meer fijn uitvoerde, door de Hollanders ruw werd besproken en uitgelegd, en dat ze onder meer vertelden, dat hij dronk (welk drinken dan zeker in thee heeft bestaan).

Dat de socialisten hem, na zijn dood, tot socialist wilden stempelen, ging waarlijk niet aan. Ronduit gezegd, hij was ook te veel egoist om socialist te zijn. Hij had voorganger, voorganger met panache, vorst willen wezen, en zich, eeren heerschzuchtig (zij het dan in goeden zin) als hij was, met den naam burger niet tevredengesteld. Wie het anders voorstelt, liegt.

Hij stond buiten de gewone leuzen en strijdvragen, aristocraat als hij was van de gedachte, en — autocraat

Sluiten