Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleerde daar 'n paar woorden niet hem gesproken had.

Jhr. Salvador, van Haarlem, vertelde me eens verontwaardigd, dat hij D. D. met een dame in het donker in 't Bosch had gezien. Dat was ikzelf n.b. geweest.

In dat donkere Bosch lichtten zijn anders vaak zoo fletse oogen, toen hij zich weer verbeeldde, 'n soort van Jezus te zijn, en dezen roemde om diens fulmineeren tegen de Farizeers etc. „Zeg dien vos" ... en „adderen-gebroed" enz. Dekker-zelf, met zijn mager, bleek gelaat in 't maanlicht, en zijn fonkelende oogen op mij gevestigd, fulmineerde zóo, dat ik onwillekeurig huiverde en zelf haast dacht, dat hij een Jezus was. Hij fulmineerde zóo, dat het speeksel mij in 't gezicht spatte. Zóo zat hij daar op een bank in liet eenzame, donkere Bosch, gaf zijn vol gemoed lucht.

Toen hij me in het duin bij 't Kanaal — hoe zal ik zeggen ? — les gaf in de natuurlijke historie, en juist gezegd had: ,/Ik ben blij dat je dat eens gezien hebt" — dook een man achter ons op; wat hem zoo deed schrikken, en mij ook. — Aan 't Kanaal gekomen, vroeg hij : ,/Hoe heet het hier?-' — //Het Kanaal", zei ik. — ,,'t Kanaal! Dat is het water, maar de weg ?" — //Het Kanaalherhaalde ik, en dat de weg ook zoo heette. Toen werd hij woedend. Toch was 't waar.

In Amsterdam werd hij eens zeer boos oindat ik niet het woord portefeuille wilde schrijven. Hij had me met die vraag in de war gebracht. Ik bleef weigeren, vreezend een fout te begaan. Toen schreef hijzelf het, en hervatte: ,/Daar staat niet portefeuille" (zooals men 't uitspreekt) //maar portefeu-ille". — Goddank ! dacht ik.

Bij de glimwormen in de Scheveningsche boschjes, was ik inderdaad haast zijn ,/vrouw" geworden. Maar op-eens dacht ik aan mijn goeden vader, die toen nog leefde, en

Sluiten